
    
Capoeira is een Afro-Braziliaanse
combinatie van muziek, acrobatie, dans en gevecht.
In een kring van mensen (roda) wordt er
live muziek gemaakt en gezongen. Door middel van
soepele bewegingen draaien en balanceren twee spelers
om elkaar heen en dagen elkaar uit voor een spel
van aanval, verdediging, acrobatie, …
Capoeira is ontwikkeld in Brazilië
op de slavenplantages van de Portugese kolonisten.
De slaven mochten geen gevechtsport beoefenen en
camoufleerden daarom deze gevechtsport in een dans.
Tot 1932 was bij capoeira bij wet
verboden. Er stonden hele strenge straffen op het
beoefenen van capoeira. Roda’s werden meestal op
plaatsen gehouden met veel ontsnappingsroutes.
Er was zelfs een speciaal ritme voor de berimbau,
cavaleria, dat de capoeiristas waarschuwde wanneer
de politie op komst was.
In die tijd gebruikten capoeiristas ook schuilnamen (apelidos).
Dit maakte het de politie extra moeilijk om hun
identiteit te achterhalen. Uiteindelijk was het
Mestre Bimba die ervoor gezorgd heeft dat capoeira
uit de illegaliteit trad.
Bij capoeira zijn er 2 verschillende
stijlen: capoeira angola (traag en laag over
de grond) en capoeira regional (snel en
met veel acrobatie).
Capoeira angola is de originele
vorm van capoeira. Deze vorm van capoeira heeft
dan ook nog de grootste binding met traditionele
rituelen en gewoontes. Het spel zelf verloopt traag
en laag bij de grond. Salto’s worden in deze vorm
dus niet gebruikt. Voor de toeschouwer lijkt deze
vorm van capoeira de gemakkelijkste omdat alles
zo traag gaat. Dit is echter een onderschatting.
In werkelijkheid beschikken Angoleiros (beoefenaars
van Capoeira Angola) over een indrukwekkende
spierkracht en uithoudingsvermogen. Ze zijn in
staat om hun lichaam – gecontroleerd – in allerlei
bochten te wringen en te houden. Zo slagen zij
er in om een radslag bijzonder traag uit te voeren,
iets wat niet lukt zonder lange training. Capoeira
angola is dus bedrieglijk gemakkelijk.
Een spel bij capoeira angola duurt
gewoonlijk ook langer. Om even op adem te komen
gebruiken de Angoleiros dan de chamada. Dit is
een traditionele danspas waarbij de ene capoeirista
plots stil gaat staan en waarbij de andere dan
dichterbij sluipt. Wanneer de tweede capoeirista
er (bijna) zeker van is dat het niet om
een afleiding gaat, voeren de twee een korte dans
uit waarna het ‘gevecht’ weer verder gaat.
Capoeira regional bestaat nog maar
sinds de jaren ‘30. Deze vorm van capoeira wordt
gekenmerkt door snellere en hogere bewegingen.
Salto’s zijn hier wel op hun plaats. Capoeira regional
ontstond toen Mestre Bimba capoeira beter wilde
organiseren en tegelijk ook in een beter daglicht
stellen. Deze vorm van capoeira legt iets meer
de nadruk op zelfverdediging, snelheid en goede
reflexen. Een spel duurt minder lang dan bij capoeira
angola omdat andere capoeiristas het spel kunnen
kopen: jogo de compra. Dit wil zeggen dat een derde
capoeirista in de roda komt en met een beweging
duidelijk maakt welke van de twee spelers hij uitdaagt.
De andere speler verlaat hierop de roda.
Opvallend ook bij capoeira regional
is dat er minder muziekinstrumenten aanwezig zijn
dan
bij capoeira angola. Bij capoeira regional
gebruikt men bijvoorbeeld geen agogô en reco-reco.
|