
  
Maculelê is een niet-gewelddadige,
Afro-Braziliaanse stokkendans
die werd ontwikkeld door de Afrikaanse slaven die
op de suikerrietplantages werkten. De dans herinnert
aan de Afrikaanse rituelen van de slaven en is een
restant van een meer uitgebreide en complexe krijgerdans
uit Afrika. Na een goede oogst op de plantages, werd
er een groot feest georganiseerd en speelden de slaven
maculelê. Gevorderde spelers gebruikten lange kapmessen (machetes),
anderen hielden het bij houten stokken.
Maculelê wordt per 2 beoefend in
een cirkel (roda), begeleid door zang en
muziek. Twee mensen slaan al dansend op elkaars houten
stokken (30cm lang) en voeren daarbij verschillende
aanval- en verdedigingsmanoeuvres uit (cf. Het
kruisen van de stokken boven het hoofd en voor het
lichaam als blokstrategie). De andere dansers
in de roda zingen maculelê liedjes en slaan met de
houten stokken om het ritme te bewaren.
Veel van de liedjes worden in Yoruba (Afrikaanse
taal) gezongen, omdat
dit een van de belangrijkste
taal was die door de slaven werd gebruikt.
De muziek
wordt gemaakt met behulp van een atabaque en soms
ook een agogô. Er zijn 3 verschillende ritmes bij
maculelê: Congo, Afoxé en Barra Vento. Deze ritmes
verschillen vooral van elkaar door de snelheid
waarop
de spelers op het ritme moeten dansen.
Maculelê gaat dikwijls samen met
capoeira, dat uit hetzelfde tijdperk stamt en een
gelijkaardige oorsprong heeft.
|