
    
De toques die de berimbau speelt, bepalen ook de
dialoog met de liederen die gezongen worden door
de solist en het koor. Wanneer bijvoorbeeld de toque
Angola gespeeld wordt bij het begin van een roda,
dan weten de spelers én het koor dat ze nog niet
mogen beginnen. Er volgt eerst een ladainha, een
zang door een solist, meestal de mestre. Deze ladainhas
bezingen de capoeirafilosofie, de malicia en de solidariteit
tussen de spelers. Er kan ook op geïmproviseerd worden
en dan becommentarieert men de spelers die klaar
zitten onderaan de berimbau om aan de roda te beginnen.
De liederen worden in het Braziliaans-Portugees
gezongen, niet zelden met Afrikaanse woorden er tussen.
Sommigen zijn al honderden jaren oud zonder dat men
hun precieze afkomst kent.
Er worden vaak afkortingen
gebruikt terwijl rijm dan weer slechts sporadisch
voorkomt.
De liederen zijn uit het dagelijkse leven
gegrepen en het is niet ongewoon dat er een ironische
ondertoon in zit.
Kort samengevat zijn er 3 soorten liedjes:
Corridos:
De solist zingt één zin en het koor antwoordt daarna
met hetzelfde refrein.
Quadras:
De solist zingt vier zinnen en het koor antwoordt
met hetzelfde refrein.
Ladainhas:
Deze worden voorafgaand aan een spel gezongen. De
solist zingt eerste
een stuk alleen en het koor antwoordt
op wat hij zegt.
Na de ladainha volgt een chula. Deze bestaat uit
een voorzang en een koor dat antwoordt.
In dit stuk
wordt gezongen over het ontstaan van capoeira of
wordt er lof gezongen over belangrijke mestres. De
chula wordt gevolgd door corridos. Deze liederen
kunnen over alles gaan en ze worden gezongen zolang
er in de roda gespeeld wordt.
De berimbau bepaalt hoe snel of hoe traag liederen
moeten gezongen worden en zoals uit het hierboven
beschrevene mag blijken, bepaalt het in zekere mate
ook welke liederen gezongen mogen worden.
De muziek, toques en liederen, zorgen dus voor een
harmonisch samenspel tussen de aanwezigen. Wanneer
deze harmonie bereikt wordt, wordt er een energie
opgebouwd die alle aanwezigen voelen waardoor ze
kunnen blijven zingen, klappen, muziek spelen en
vechten. Deze positieve energie noemt men de axé. |